ABRvS 7 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3203

Bij besluit van 13 maart 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de kap van bomen stilgelegd en aan [appellant] lasten onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft een aantal bomen aan de Voortseweg in Epse gekapt zonder daarvan vooraf melding te maken, als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. Het college heeft vervolgens bij besluit van 13 maart 2020 aan [appellant] een aantal lasten onder dwangsom opgelegd. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, geoordeeld dat het college [appellant] kon gelasten een compensatieplan over te leggen, waaruit blijkt dat een met de gevelde houtopstand bosbouwkundig vergelijkbare houtopstand wordt herbeplant. Het hoger beroep richt zich alleen op deze last (last 2).[appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet bevoegd was om het indienen van een compensatieplan te verlangen. De Wnb en de Omgevingsverordening Gelderland, zoals deze gold tot 1 mei 2024, bieden volgens hem geen grondslag daarvoor.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen