Art. 6.2 Wtl, Overgangsrecht loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak
Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)
1. Indien het recht op een loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden op grond van artikel 2.10, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel 8, onderdeel E, onderdelen 1, 3, 4 en 5, van de Wet banenafspraak, is aangevangen voor die datum van inwerkingtreding, en dat recht voor die datum niet is geëindigd, wordt dat loonkostenvoordeel ten hoogste verstrekt:
a. voor de resterende duur op grond van artikel 2.12 zoals dat luidde voor die datum van inwerkingtreding, en waarbij aan de voorwaarden van artikel 2.10 wordt voldaan zoals dat luidde voor die datum van inwerkingtreding, indien het een werknemer betreft die geen arbeidsbeperkte is als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen, en daarmee ook niet gelijkgesteld is op grond van artikel 38f, vijfde lid, van die wet;
b. voor de periode waarin de betreffende werknemer in dienstbetrekking staat tot de betreffende werkgever en voor zo lang aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.10, wordt voldaan, indien het een werknemer betreft die arbeidsbeperkte is als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen, of daarmee gelijkgesteld is op grond van artikel 38f, vijfde lid, van die wet.
2. Op de aanvraag van een doelgroepverklaring voor het loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak met betrekking tot dienstbetrekkingen die zijn aangegaan voor de datum van inwerkingtreding van artikel 8, onderdeel F, van de Wet banenafspraak is artikel 2.11 van toepassing, zoals dat luidde op de dag voor die datum van inwerkingtreding.
3. De werkgever bewaart de doelgroepverklaring met betrekking tot een loonkostenvoordeel waarop het eerste lid van toepassing is bij de loonadministratie.
4. Indien het recht op een loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden op grond van artikel 2.10, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel 8, onderdeel E, onderdelen 1, 3, 4 en 5, van de Wet banenafspraak, is aangevangen voor die datum van inwerkingtreding, en dat recht voor die datum niet is geëindigd, wordt dat loonkostenvoordeel ten hoogste verstrekt voor de resterende duur op grond van artikel 2.12, en waarbij aan de voorwaarden van artikel 2.10 wordt voldaan, zoals die artikelen luidden voor die datum van inwerkingtreding, indien de registratie van die werknemer in de registratie arbeidsbeperkten is beëindigd op zijn verzoek.
5. Vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 8, onderdeel E, onderdelen 1, 3, 4 en 5, van de Wet banenafspraak wordt onder een loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak mede verstaan een loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden op grond van artikel 2.10, zoals dat luidde voor die datum van inwerkingtreding.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 30 november 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:4304
- Rb. Gelderland 20 mei 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:2543
- Rb. Gelderland 12 mei 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:2456
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4052
- Hof Arnhem-Leeuwarden 6 december 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:10439
- Conclusie A-G Pauwels 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1179
- Hof 's-Hertogenbosch 24 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1412
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4051
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2662
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2598
- Rb. Zeeland-West-Brabant 2 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2726
- Rb. Noord-Nederland 20 januari 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:141
- Rb. Noord-Holland 23 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:11623
- Rb. Noord-Holland 23 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:11602
- Rb. Noord-Holland 23 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:11601
- Rb. Den Haag 15 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8648
- Hof Den Haag 6 juli 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1647