Rb. Gelderland 12 mei 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:2456

Beschikking Wet tegemoetkoming loondomein. Eiseres doet een beroep op een loonkostenvoordeel oudere werknemer voor het jaar 2018. In maart 2018 is de doelgroepverklaring verkregen en via een correctiebericht over de maanden november en december 2017 is premiekorting gevraagd en verkregen. In het collectieve deel van de loonaangifte is de premiekorting oudere werknemers vermeld, maar in het nominatieve deel is de indicatie premiekorting niet ‘aangevinkt’. Daarmee is aan een van de voorwaarden voor het loonkostenvoordeel niet voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het om een procedurele voorwaarde waarvan in het algemeen herstel mogelijk moet zijn. Dit klemt temeer omdat de omissie verstrekkende gevolgen heeft voor eiseres, omdat voor de gehele resterende looptijd geen loonkostenvoordeel kan worden genoten. Verweerder had dit kunnen weten gelet op de discrepantie tussen het collectieve deel en het nominatieve deel van de correctieaangifte. De premiekorting 2017 is wel toegekend. Door de aanvraag af te wijzen, zonder het bieden van een mogelijkheid tot herstel, heeft verweerder gehandeld in strijd met artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en in strijd met de algemene regel binnen het Nederlandse rechtssysteem dat meebrengt dat omissies die verstrekkende gevolgen hebben, zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is, moeten kunnen worden hersteld (Vgl. Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:439 en ECLI:NL:HR:2020:520). Gelet op het voorgaande had verweerder de aanvraag daarom niet mogen afwijzen uitsluitend op de grond dat de indicatie premiekorting niet was aangevinkt. Aangezien aan de materiële voorwaarden voor de toekenning van het loonkostenvoordeel oudere werknemer is voldaan, dient aan eiseres het loonkostenvoordeel voor het jaar 2018 aan eiseres te worden toegekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken