Hof 's-Hertogenbosch 24 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1412

Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Belanghebbende heeft in de aangifte loonheffingen over het tijdvak december 2017 op collectief niveau de premiekorting arbeidsgehandicapte medewerker toegepast en op nominatief niveau de indicatie premiekorting oudere werknemers aangevinkt voor een aantal werknemers. Niet in geschil is dat hiermee het verzoek om premiekorting niet aan de wettelijke eisen van het toepasselijke overgangsrecht voldeed. Wel in geschil is of belanghebbende de onjuistheid in de aangifte na 1 mei 2018 nog kon herstellen om aan het overgangsrecht te voldoen, in het licht van het evenredigheidsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel. Het hof oordeelt dat de wetgever duidelijk heeft beoogd dat voor het overgangsrecht een hersteltermijn moet worden geboden tot 1 mei 2018 en dit als voldoende heeft aangemerkt om tijdig een rechtsgeldig beroep te doen op dat overgangsrecht. Dit brengt met zich mee dat voorzien en beoogd is dat een overschrijding van deze termijn fataal is. Dat de door de wetgever ingestelde fatale termijn voor herstel zowel is voorzien als beoogd, brengt tevens met zich mee dat dat het hof niet mag toetsen of het niet bieden van een nadere herstelmogelijkheid na 1 mei 2018 evenredig is. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel moet daarmee worden verworpen. Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel wordt door het hof afgewezen. Hoger beroep ongegrond. Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken