Art. 5.16 Rlz, Het gebruik van het persoonsgebonden budget
Regeling langdurige zorg (Rlz)
1. De verzekerde sluit een schriftelijke overeenkomst met iedere zorgaanbieder of mantelzorger die hij ten laste van zijn persoonsgebonden budget zorg laat verlenen, behalve voor zover reeds vervoer bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, van de wet van die zorgaanbieder of mantelzorger is betrokken.
2. Zorgovereenkomsten worden opgesteld volgens de meest recente door de Sociale verzekeringsbank vigerende vastgestelde toepasselijke modelovereenkomsten, die beschikbaar waren gesteld ten tijde van het afsluiten van de zorgovereenkomst, en bevatten bovendien ten minste:
a. de wijze waarop de zorgaanbieder of mantelzorger voorziet in de behoefte aan zorg van de verzekerde;
b. de verplichting dat een declaratie de vereiste gegevens, bedoeld in artikel 5.23, tweede lid, bevat of, indien van toepassing, dat wordt gebruikgemaakt van periodiek maandbetalingen;
c. een beding, inhoudende dat het zorgkantoor een vordering heeft op de persoon die ten laste van het persoonsgebonden budget zorg levert indien het persoonsgebonden budget naar aanleiding van toerekenbaar handelen van die persoon is ingetrokken of herzien, ter hoogte van het bedrag dat gelijk is aan het door die persoon vanwege dat toerekenbaar handelen ten laste van het persoonsgebonden budget ten onrechte ontvangen bedrag;
d. indien de uitkering van vakantiebijslag als bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag van toepassing is, een beding, inhoudende dat in het te betalen bruto loon het vakantiegeld is verdisconteerd.
3. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het zorgkantoor en de Sociale verzekeringsbank.
4. Het zorgkantoor kan de goedkeuring slechts geven, indien:
a. de zorgovereenkomst voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid;
b. uit de omschrijving van de wijze waarop de zorgverlener voorziet in de behoefte aan zorg van de verzekerde, blijkt dat de overeenkomst:
1° strekt tot de inkoop van persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, huishoudelijke hulp en vervoer naar een plaats waar de verzekerde gedurende een dagdeel begeleiding of behandeling ontvangt;
2° strekt tot inkoop van logeeropvang; of
3° betrekking heeft op de kosten van zorginfrastructuur als bedoeld in artikel 5.17, eerste lid, onderdeel b.
5. De Sociale verzekeringsbank kan haar goedkeuring slechts onthouden wegens strijd met het recht, of in het belang van de uitvoerbaarheid van het persoonsgebonden budget of van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 3.3.3, zevende lid, van de wet.
6. Een wijziging van een goedgekeurde zorgovereenkomst wordt onmiddellijk met een formulier aan de Sociale verzekeringsbank kenbaar gemaakt door middel van invulling van een daartoe door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld modelformulier.
7. Voor de toepassing van het derde, vijfde en zesde lid treedt een door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen zorgkantoor in de plaats van de Sociale verkeringsbank voor zover het de goedkeuring van de zorgovereenkomst van een verzekerde aan wie het zorgkantoor een persoonsgebonden budget verleent en het kenbaar maken van een wijziging van die zorgovereenkomst betreft. Het zorgkantoor bericht de Sociale verzekeringsbank onmiddellijk van een wijziging van de zorgovereenkomst.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 23 november 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2460
- CRvB 15 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2195
- Rb. Midden-Nederland 2 mei 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2046
- CRvB 31 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:727
- CRvB 5 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3715
- CRvB 15 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2172
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 januari 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:521
- Rb. Rotterdam 19 maart 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:2301
- Rb. Rotterdam 29 januari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:567
- Rb. Midden-Nederland 17 mei 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:2764
- CRvB 23 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:694
- Rb. Zeeland-West-Brabant 9 februari 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:956
- Rb. Zeeland-West-Brabant 10 december 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:6275
- Rb. Rotterdam 23 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9468
- Rb. Overijssel 27 juli 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:2986
- Rb. Overijssel 20 mei 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:1510
- Rb. Overijssel 20 april 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:1614
- Rb. Oost-Brabant 23 maart 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:1297
- Rb. Noord-Nederland 6 december 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4825
- Rb. Noord-Holland 21 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:4670