Art. 3.6.7 Blz, Persoonsgebonden budget
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in het belang van een goede uitvoering van het persoonsgebonden budget. Deze regels kunnen mede betrekking hebben op:
a. de hulp van een vertegenwoordiger en beperkingen aan de kring van vertegenwoordigers;
b. de inhoud, intrekking en wijziging van de beschikking tot verlening en van de beschikking tot vaststelling van het persoonsgebonden budget;
c. de verantwoording en de controle;
d. het budgetplan;
e. de uitvoering door de Sociale verzekeringsbank van het budgetbeheer, de werkgeverstaken daaronder begrepen;
f. de betaling van bijkomende zorgkosten voor zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van de wet;
g. de situaties waarin of de voorwaarden waaronder een persoonsgebonden budget kan worden besteed aan kosten van vervoer.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 31 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:727
- CRvB 5 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3715
- CRvB 25 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:768
- CRvB 26 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2470
- Rb. Gelderland 11 januari 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:89
- Rb. Zeeland-West-Brabant 17 september 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:7015
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 december 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:7000
- Rb. Gelderland 25 november 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:6236
- Rb. Gelderland 12 december 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6359