Art. 2.41 Wet BRP, De verplichtingen van de burger
Wet basisregistratie personen (Wet BRP)
1. Voor zover het opnemen van een woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is, kan de betrokkene in afwijking van artikel 2.38, eerste lid, en 2.39, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1052
- Conclusie A-G de Bock 9 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:484
- ABRvS 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1450
- Rb. Den Haag 24 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:981
- Rb. Den Haag 29 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3305
- Rb. Rotterdam 13 mei 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5875
- Conclusie A-G Aben 22 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2266
- Hof 's-Hertogenbosch 22 maart 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1250
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 augustus 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:4571
- Rb. Rotterdam 19 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:12048
- Rb. Limburg 5 december 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:12016
- Conclusie A-G Wattel 20 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1511
- Conclusie A-G Wattel 20 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1414
- CRvB 20 januari 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:68