Art. 1.10 AanbW 2012, Beginselen bij Europese aanbestedingen
Aanbestedingswet 2012 (AanbW 2012)
1. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding van en het tot stand brengen van een overheidsopdracht, een speciale-sectoropdracht of een concessieopdracht of het uitschrijven van een prijsvraag uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en de inschrijvingen die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.
2. Bij de toepassing van het eerste lid slaat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, voor zover van toepassing, in ieder geval acht op:
a. het al of niet samenvoegen van opdrachten;
b. de uitsluitingsgronden;
c. de inhoud van de geschiktheidseisen;
d. het aantal te stellen geschiktheidseisen;
e. de te stellen termijnen;
f. de gunningscriteria;
g. een vergoeding voor hoge kosten van een inschrijving;
h. de voorwaarden van de overeenkomst.
3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt een richtsnoer aangewezen waarin voorschriften zijn vervat met betrekking tot de wijze waarop door bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen aanbestedende diensten of speciale sectorbedrijven uitvoering wordt gegeven aan het eerste lid.
4. De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf past de in het derde lid bedoelde voorschriften toe of motiveert een afwijking van een of meer van die voorschriften in de aanbestedingsstukken.
5. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. De voordracht wordt gedaan door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in overeenstemming met Onze Minister of Ministers wie het mede aangaat.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2638
- Rb. Rotterdam 24 oktober 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:8489
- Rb. Midden-Nederland 22 november 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:5763
- Rb. Limburg 2 juli 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:6210
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 november 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7312
- Rb. Zeeland-West-Brabant 6 november 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:7530
- Rb. Rotterdam 29 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5011
- Rb. Rotterdam 14 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:6424
- Rb. Rotterdam 30 december 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:10108
- Rb. Rotterdam 28 november 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:9989
- Rb. Oost-Brabant 28 mei 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:3405
- Rb. Oost-Brabant 15 oktober 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:5745
- Rb. Noord-Nederland 12 oktober 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:3677
- Rb. Noord-Nederland 16 december 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:5195
- Rb. Noord-Holland 25 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:7506
- Rb. Noord-Holland 28 november 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:12113
- Rb. Noord-Holland 9 augustus 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:8070
- Rb. Noord-Holland 14 april 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:3274
- Rb. Midden-Nederland 29 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2168
- Rb. Midden-Nederland 12 januari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:66