Rb. Zeeland-West-Brabant 13 november 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:7312

Bij een aanbesteding voor GGZ Jeugdhulp als bedoeld in de Jeugdwet dient de aanbestedende gemeente artikel 1.10 Aanbestedingswet, het proportionaliteits-, zorgvuldigheids- en gelijkheidsbeginsel, als ook de eisen die de Jeugdwet aan het college van B en W en aan de zorgverlenende instanties stelt in acht te worden genomen en door de rechter bij de beoordeling in aanmerking te worden genomen. In dit geval heeft de gemeente niet zorgvuldig gehandeld doordat zij de bijzondere positie die een grote zorgverlenende instantie als GGz Breburg in het veld van zorgaanbieders inneemt onvoldoende heeft onderkend bij het vaststellen van de tarieven waarvoor de aanbestede diensten moeten worden verricht. Een verweer van de gemeente, inhoudende dat zij wel zorgvuldig en proportioneel heeft gehandeld dient voor een rechter controleerbaar te zijn. Daarom dient een gemeente stukken over te leggen die haar stellingen controleerbaar maken. Dat stukken concurrentiegevoelige informatie bevatten doet daar niet aan af omdat aan de rechter om geheimhouding kan worden gevraagd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen