Art. 35 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, Gewoon geding in eerste aanleg
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. Een bezwaarschrift kan worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgende door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden, waarvoor die bevoegdheid is gegeven.
2. Indien het bezwaar een disciplinaire strafoplegging betreft, kan het in elk geval ook worden ingediend ter zake dat er tussen de opgelegde straf en de gepleegde overtreding onevenredigheid bestaat.
3. Voor de toepassing van de beide voorafgaande leden worden de beschikkingen, handelingen of weigeringen, namens of in opdracht van een administratief orgaan bevoegdelijk genomen, verricht of uitgesproken, geacht genomen, verricht of uitgesproken te zijn door het orgaan, in welks opdracht of namens hetwelk gehandeld is.
4. Niet ontvankelijk is het bezwaar, in zover het gericht is tegen algemeen verbindende voorschriften.
5. Indien tegen beschikkingen, handelingen of weigeringen administratief beroep bestaat kan het in het eerste lid bedoelde bezwaarschrift alleen worden gericht tegen de in beroep genomen beslissingen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 januari 2026, ECLI:NL:ORBAACM:2026:4
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 7 oktober 2020, ECLI:NL:ORBAACM:2020:27
- Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 28 juni 2018, ECLI:NL:ORBAACM:2018:10