Art. 40 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, Gewoon geding in eerste aanleg
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. Als gemachtigden of raadslieden kunnen alleen optreden in het Caribische deel van het Koninkrijk woonplaats hebbende personen.
2. Vertegenwoordigers, gemachtigde en raadslieden moeten, op vordering van de rechter hun bevoegdheid schriftelijk aantonen.
3. Ingeschreven advocaten als gemachtigden of raadslieden optredende, zijn tot deze overlegging niet gehouden.
4. De rechter kan weigeren personen die niet als advocaat zijn ingeschreven als gemachtigden of raadslieden toe te laten. De weigering geldt alleen voor de zaak waarin zij is uitgesproken. Tegen de weigering staat geen voorziening open.