Art. 33 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, De raad van beroep

Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES

1. Indien de betrokkene de reden van wraking als juist erkent moet hij zich van de zaak onthouden.

2. Indien hij in de wraking berust, wordt zo spoedig mogelijk door drie leden daarover beslist, na verhoor doch buiten tegenwoordigheid en zonder medewerking van de betrokkene.

3. Het onderzoek der zaak wordt geschorst, totdat over de voorgestelde wraking is beslist, en, ingeval deze is toegestaan, totdat degene, te wiens aanzien zulks geschiedde, is vervangen.