Art. 9 Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES, Vakantie

Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES

1. De aanspraken van de werknemer op vakantie worden in alle gevallen waarin de werknemer in een kalenderjaar dertig dagen of meer al dan niet aaneengesloten anders dan tengevolge van verleende vakantie, vrijstelling van dienst wegens ziekte, vrijstelling van dienst wegens bijzondere omstandigheden met behoud van vol inkomen, wegens arbeidsongeschiktheid of vergoeding in vrije tijd wegens verricht overwerk, geen werkelijke dienst doet, verminderd naar reden van 1/12 gedeelte van het hem ingevolge artikel 7 toekomende aantal vakantieuren voor elk aantal van dertig dagen waarop hij geen werkelijke dienst heeft vervuld.

2. Indien de tijd, gedurende welke de werknemer geen werkelijke dienst doet, zich over meer dan één kalenderjaar uitstrekt, worden de aanspraken op vakantie bij toepassing van het vorige lid, over de desbetreffende kalenderjaren naar evenredigheid verminderd.

3. Indien de vermindering bedoeld in het eerste lid niet kan worden toegepast omdat de aan de werknemer toekomende vakantie in het desbetreffende kalenderjaar reeds geheel is genoten of daarvoor niet toereikend is, geschiedt de vermindering of verdere vermindering in het eerstvolgende kalenderjaar.

4. Het aantal uren, waarop de werknemer ingevolge dit artikel over enig kalenderjaar aanspraak blijft houden op vakantie, wordt zo nodig naar boven afgerond op hele uren.