Art. 11 Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES, Vakantie

Besluit vakantie en vrijstelling van dienst werknemers BES

1. Degene die onmiddellijk vóór zijn indiensttreding als werknemer in overheidsdienst werkzaam was, anders dan als ambtenaar behorende tot het onderwijzend personeel bedoeld in hoofdstuk III van het Besluit vakantie en vrijstelling van dienst ambtenaren BES of behorende tot het personeel van het gesubsidieerd bijzonder onderwijs, alsmede degene die bij een publiekrechtelijke instelling, dan wel bij een door de overheid in het leven geroepen privaatrechtelijke rechtspersoon werkzaam was, behoudt bij zijn indiensttreding als werknemer aanspraak op het aantal door hem niet genoten vakantieuren waarop hij tot en met ultimo december van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin zijn indiensttreding plaatsvindt aanspraak kon doen gelden overeenkomstig de voor hem vóór zijn indiensttreding als werknemer geldende voorschriften. De in de vorige zin bedoelde vakantie wordt hem verleend met inachtneming van de voorschriften van dit hoofdstuk.

2. Indien de indiensttreding in het vorige lid bedoeld plaatsvindt in de loop van een kalenderjaar kan de werknemer over dat kalenderjaar voor elk aantal van dertig dagen dat hij werkelijke dienst vervult aanspraak maken op:

a. over het gedeelte van dat kalenderjaar voorafgaande aan zijn indiensttreding: 1/12 gedeelte van het aantal vakantieuren dat hem overeenkomstig de voor hem vóór zijn indiensttreding als werknemer geldende voorschriften toekwam;

b. over het gedeelte van dat kalenderjaar vanaf zijn indiensttreding: 1/12 gedeelte van het hem ingevolge artikel 7 toekomende aantal vakantieuren. Indien de indiensttreding plaatsvindt in de loop van een kalendermaand wordt deze voor de toepassing van het bepaalde onder b geacht te zijn ingegaan op de eerste van die maand. Het aantal dagen, waarop de werknemer ingevolge de berekening bedoeld onder a en b aanspraak kan doen gelden op vakantie, wordt zo nodig naar boven afgerond op hele uren. De werknemer kan over bedoeld kalenderjaar op niet meer dan het hem ingevolge artikel 7 toekomende aantal vakantieuren aanspraak doen gelden.