Art. 3 B MUWV, Afstemming op ernst en verwijtbaarheid
Beleidsregel maatregelen UWV (B MUWV)
1. Het percentage van de maatregel wordt verlaagd of verhoogd indien de verminderde of verhoogde ernst of verwijtbaarheid van het niet naleven van de verplichting daartoe aanleiding geven.
2. Van verminderde ernst of verwijtbaarheid, die aanleiding is voor toepassing van een verlaagd percentage, is sprake indien:
a. het niet naleven van een niet termijngebonden verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de uitkering, en evenmin heeft kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor de re-integratie van de betrokkene;
b. het niet naleven van de verplichting, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene of de omstandigheden waaronder het niet naleven van de verplichting heeft plaatsgevonden, hem slechts in beperkte mate kan worden aangerekend; of
c. de betrokkene uit eigen beweging de nadelige gevolgen van het niet naleven van de verplichting ongedaan heeft gemaakt voordat het UWV die gedraging had geconstateerd.
3. Van verhoogde ernst of verwijtbaarheid, die aanleiding is voor toepassing van een verhoogd percentage, is sprake indien:
d. het niet naleven van de verplichting buitengewoon nadelige gevolgen heeft gehad voor de werkzaamheden van het UWV of voor de re-integratie van de betrokkene; of
e. het niet naleven van de verplichting, gelet op de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden, moet worden aangemerkt als buitengewoon laakbaar.
4. Indien de betrokkene, nadat toepassing is gegeven aan artikel 8 van het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten, blijft volharden in het niet naleven van dezelfde niet termijngebonden verplichting, wordt het percentage van de maatregel verhoogd tot het maximum, genoemd in artikel 2, eerste lid van dat besluit.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 4 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2015
- CRvB 17 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1865
- CRvB 30 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1102
- CRvB 22 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1300
- Rb. Rotterdam 22 december 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:11348
- Rb. Overijssel 15 april 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:1886
- Rb. Oost-Brabant 4 maart 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1300
- Rb. Limburg 17 maart 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:2545
- Rb. Den Haag 30 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:4260
- CRvB 18 juni 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:833
- CRvB 30 september 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:1309
- CRvB 17 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1457
- CRvB 3 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1299
- CRvB 18 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:609
- CRvB 4 december 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3998
- CRvB 15 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2526
- CRvB 11 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4480
- CRvB 17 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4269
- CRvB 25 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2166
- CRvB 21 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY3801