Rb. Overijssel 16 februari 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:600
De rechtbank Overijssel spreekt een 51-jarige vrouw vrij van valsheid in geschrifte en het feitelijk leiding geven daaraan. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het dossier niet dat de vrouw bekend was met deze valse facturen, die als basis dienden voor de ten laste gelegde valse aangiften ten invoer. De rechtbank is dan ook van oordeel dat van haar niet kon worden verlangd dat zij, in de korte periode waarbinnen het bedrijf over een artikel 23-vergunning beschikte, de verboden gedragingen beëindigde. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat niet verdachte, maar medeverdachte als feitelijk leidinggevende van het bedrijf kan worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt in het dossier wettig en overtuigend bewijs waaruit kan blijken dat hij dit feitelijk leidinggeven in een nauwe en bewuste samenwerking met de vrouw heeft begaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl