Art. 2.8a Barim, Lucht en geur
Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim)
Voor een inrichting type C waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichtingen een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking en onherroepelijk was, worden de geurvoorschriften van die vergunning in afwijking van artikel 6.1, eerste lid, na het van toepassing worden van dit besluit of een deel daarvan op een activiteit in die inrichtingen, tot het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt aangemerkt als maatwerkvoorschriften, mits de geurvoorschriften van de vergunning vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften en voor zover dit besluit op de inrichting van toepassing is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Oost-Brabant 5 april 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1896
- ABRvS 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2078
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1997
- Rb. Oost-Brabant 5 maart 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1003
- ABRvS 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1154
- ABRvS 21 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1962
- Rb. Oost-Brabant 27 januari 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:361
- Rb. Oost-Brabant 6 december 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:6751
- Rb. Noord-Nederland 2 december 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4563
- Rb. Gelderland 3 mei 2022, ECLI:NL:RBGEL:2022:2249