Rb. Oost-Brabant 6 december 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:6751

Beoordeling herstelbesluit na het inwinnen van advies bij de StAB. Op basis van de aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak (ECLI:NL:RBOBR:2016:1962) moest verweerder onderzoeken of (en zo ja wat) de emissie van totaalstof is van de inrichting. . De eis voor totaalstof is thans opgenomen in artikel 2.5, tweede lid onder a, van het Activiteitenbesluit (Abm). Handelen in strijd met het Abm vormt geen grondslag om de omgevingsvergunning te weigeren. Dit neemt niet weg dat de aanwezige stofbakken ook emissiepunten in de zin van de Wet geurhinder veehouderijen (Wgv) van de inrichting zijn en dat, als de stofbakken niet in werking mogen zijn wegens een mogelijke strijd met artikel 2.5, tweede lid onder a, van het Abm, de inrichting feitelijk niet in werking kan zijn. Onder deze omstandigheden ligt in de rede om in dit geval voorafgaand aan vergunningverlening te onderzoeken of kan worden voldaan aan het Abm en niet te volstaan met handhaven op basis van artikel 2.5 van het Abm. Dat heeft verweerder ten onrechte nagelaten. Uit een aanvullende stofmeting blijkt dat wordt voldaan aan de emissie eis van 5 mg/m3, Daarom heeft verweerder terecht geen aanleiding gezien om verdere aanvullende maatregelen verplicht te stellen. Ook op het akoestische vlak waren gebreken in het herstelbesluit. Uit een nader advies van de StAB blijkt dat bij het verladen van kippen sprake is van overschrijding van de geluidsnorm op een woning die niet van eisers is. Dat is het enige resterende gebrek. De omstandigheid dat overtreding van een voorschrift bij een andere woning plaatsvindt, geeft geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:69a Awb. De woning ligt in de directe omgeving van de woningen van eisers . De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien omdat de eigenaar van de woning geen partij in deze procedure is en dan, zonder dat hij of zij zijn standpunt heeft kunnen geven in een slechtere positie zou komen te verkeren. Daarom krijgt verweerder de gelegenheid dit gebrek te herstellen. Er hoeft geen ontwerp besluit ter inzage te worden gelegd. De rechtbank bepaalt (met toepassing van artikel 8:72, vierde lid onder b van de Awb) wel dat verweerder de eigenaar van de betreffende woning direct na de bekendmaking van het nieuwe besluit een afschrift van deze tussenuitspraak en van het besluit toezendt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken