Art. 2.7a Barim, Lucht en geur
Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim)
1. Indien bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt daarbij geurhinder bij geurgevoelige objecten voorkomen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is wordt de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt.
2. Het bevoegd gezag kan, indien het redelijk vermoeden bestaat dat niet aan het eerste lid wordt voldaan, besluiten dat een rapport van een geuronderzoek wordt overgelegd. Een geuronderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de NTA 9065.
3. Bij het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder wordt ten minste rekening gehouden met de volgende aspecten:
a. de bestaande toetsingskaders, waaronder lokaal geurbeleid;
b. de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten;
c. de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende inrichting;
d. de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking geurhinder;
e. de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting, en
f. de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting.
4. Het bevoegd gezag kan, indien blijkt dat de geurhinder ter plaatse van een of meer geurgevoelige objecten een aanvaardbaar hinderniveau kan overschrijden, bij maatwerkvoorschrift:
a. geuremissiewaarden vaststellen;
b. bepalen dat bepaalde geurbelastingen ter plaatse van die objecten niet worden overschreden, of
c. bepalen dat technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht of gedragsregels in de inrichting in acht worden genomen om de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
5. Indien een maatwerkvoorschrift als bedoeld in het vierde lid wordt vastgesteld, kan het bevoegd gezag besluiten dat door degene die de inrichting drijft een rapport van een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen en gedragsregels wordt overgelegd waaruit blijkt dat aan het eerste lid wordt voldaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1586
- ABRvS 24 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:621
- Rb. Oost-Brabant 5 april 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1896
- ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2649
- ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1363
- ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3493
- ABRvS 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2078
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1997
- ABRvS 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2597
- ABRvS 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2402
- ABRvS 27 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:601
- Rb. Oost-Brabant 5 maart 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1003
- ABRvS 2 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1154
- ABRvS 21 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1962
- Rb. Oost-Brabant 27 januari 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:361
- Rb. Oost-Brabant 18 februari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:535
- Rb. Oost-Brabant 19 augustus 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:3457
- Rb. Noord-Nederland 19 juli 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:3018
- ABRvS 10 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5301
- ABRvS 10 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:496