Art. 2.4 Regeling inburgering, Ontheffing van de inburgeringsplicht en verlenging van de inburgeringstermijn
1. Het advies, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het besluit, bevat in ieder geval een oordeel met betrekking tot het verlenen dan wel het weigeren van de ontheffing van de inburgeringsplicht en, indien van toepassing, noodzakelijke bijzondere examenomstandigheden als bedoeld in artikel 3.2.
2. De arts, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het besluit, adviseert tot ontheffing van de inburgeringsplicht, indien de inburgeringsplichtige:
a. niet in staat is zich met lichte aanpassingen binnen vijf jaar voor te bereiden op het inburgeringsexamen, of
b. bijzondere examenomstandigheden nodig heeft om het inburgeringsexamen te kunnen behalen en de bijzondere examenomstandigheden, bedoeld in artikel 3.2, hiertoe niet toereikend zijn.
3. De arts, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het besluit, stelt het advies op conform het protocol dat is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 11 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ4082
- Rb. Alkmaar 26 januari 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BV7977
- Rb. Rotterdam 16 februari 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL5672
- Rb. Amsterdam 28 juli 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3990
- CRvB 22 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA0958
- CRvB 20 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2086
- CRvB 23 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY9395
- CRvB 27 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2602