Rb. Rotterdam 16 februari 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL5672
Naar het oordeel van de rechtbank staat het stellen van eiseres onder adequate behandeling op gespannen voet met het in het medisch protocol gestelde dat de medisch adviseur (verdere) medicalisering zoveel mogelijk zal vermijden. Daarenboven spreken artikel 2.4, tweede lid, aanhef en onder a, van de Regeling inburgering en het protocol van lichte aanpassingen in het voorbereidingstraject. Met het voorstellen van de behandeling is de medisch adviseur getreden buiten de aanwijzingen, richtlijnen en feiten om door middel van anamnese en lichamelijk onderzoek tot een goed oordeel en een onderbouwd advies te komen in het kader van een aanvraag voor ontheffing van het inburgeringsexamen. Volgens het medisch protocol had [A], arts en medisch adviseur dan ook niet mogen adviseren dat voor de psychische klachten van eiseres behandeling mogelijk is, al dan niet in gespecialiseerde behandelinstituten en dat bij het volgen en het volhouden van de behandeling niet uitgesloten kan worden dat het functioneren van eiseres zoveel verbetert dat ze zonder extra maatregelen in staat is het inburgeringsexamen binnen 5 jaar te behalen. Verweerder had zich daarvan dienen te vergewissen. Het moet er dan ook voor gehouden worden dat het advies tot niet meer strekt dan dat met het oog op het zeer trage leertempo in de eerste jaren van 2000 aannemelijk is dat eiseres in de huidige psychische toestand niet snel genoeg kan leren om binnen 5 jaar het gewenste taalniveau te behalen.
De uitspraak op rechtspraak.nl