Art. 5:2 Nrgfo Wft, Regels met betrekking tot het beleggingsobjectprospectus

Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (Nrgfo Wft)

1. Een beleggingsobjectprospectus wordt opgesteld overeenkomstig bijlage 8.

2. De informatie betreffende de beleggingsobjectkosten per serie van

beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 110,

eerste lid onderdeel i, van het besluit wordt overeenkomstig tabel 1 van bijlage 9 in het

beleggingsobjectprospectus opgenomen, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde

inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. De

beleggingsobjectkosten dienen voor de gehele bestaansduur van de serie van

beleggingsobjecten te worden weergegeven. Indien de beleggingsobjectkosten voor

een reeks jaren gelijk zijn, kunnen deze jaren en de bijhorende

beleggingsobjectkosten op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het

desbetreffende beleggingsobject samengevoegd worden in een kolom als bedoeld in

tabel 1 van bijlage 9.

3. De informatie betreffende de gegevens per serie van beleggingsobjecten, bedoeld

in artikel 110 eerste lid onderdeel j,

van het besluit, wordt overeenkomstig tabel 2 van bijlage 9 in het

beleggingsobjectprospectus opgenomen.

4. De beleggingsobjectkosten en de gegevens, bedoeld in artikel 110, eerste lid, onderdelen

i en j, van het besluit worden onderbouwd in het

beleggingsobjectprospectus door vermelding van de aannames die daaraan ten

grondslag liggen. De tekst waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, wordt

direct onder de tabellen van bijlage 9 opgenomen.

5. Het beleggingsobjectprospectus vermeldt een datum en een versienummer. Ingeval

van een wijziging in een beleggingsobjectprospectus wordt deze toegelicht in het

aangepaste beleggingsobjectprospectus met inbegrip van de consequentie(s) van de

desbetreffende wijziging. De toelichting bevat een verwijzing naar het voorgaande

beleggingsobjectprospectus dat is gewijzigd.