Art. 8 BFD, Bepalingen ter uitvoering de artikelen 26, eerste lid, juncto artikel 100, en 26, tweede lid, van de wet

Besluit financiële dienstverlening (BFD)

De betrouwbaarheid van een persoon die het beleid van de financiële dienstverlener bepaalt of medebepaalt staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door de toezichthouder is vastgesteld voor de toepassing van de wet, de Wet toezicht effectenverkeer 1995 of de Wet toezicht beleggingsinstellingen of door De Nederlandsche Bank N.V. voor de toepassing van de Wet toezicht kredietwezen 1992, de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 of de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.