Art. 12 BFD, Bepalingen ter uitvoering van artikel 28, derde lid, aanhef en onder a, juncto artikel 100 van de wet
Besluit financiële dienstverlening (BFD)
1. Een financiële dienstverlener informeert de toezichthouder omtrent een incident als bedoeld in artikel 10 indien:
a. aangifte van het incident bij justitiële autoriteiten is of zal worden gedaan;
b. het voortbestaan van de financiële dienstverlener door het incident zou kunnen worden bedreigd of wordt bedreigd; of
c. de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de toezichthouder in verband met haar toezichthoudende taak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd.
2. De in het eerste lid bedoelde informatie betreft ten minste:
a. de feiten en omstandigheden van het incident; en
b. informatie over de functie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd.