Art. 9 Meetregeling luchtkwaliteit 2005, Monsterneming
Meetregeling luchtkwaliteit 2005
Monsterneming bij de in artikel 7 bedoelde meetpunten op plaatsen die sterk door het verkeer worden beïnvloed, gebeurt, voor zover mogelijk, op zodanige wijze dat:
a. de inlaatbuizen voor stikstofdioxide en koolmonoxide zijn gesitueerd binnen vijf meter van de wegrand;
b. de inlaatbuizen voor zwevende deeltjes (PM10), lood en benzeen zijn gesitueerd op een plaats die representatief is voor de luchtkwaliteit in de nabijheid van de rooilijn.