Art. 4 Meetregeling luchtkwaliteit 2005, Meetpunten

Meetregeling luchtkwaliteit 2005

1. De agglomeratie Amsterdam/Haarlem bevat ten minste:

a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;

b. vier vaste meetpunten voor stikstofdioxide;

c. vier vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);

d. vijf vaste meetpunten voor koolmonoxide;

e. vijf vaste meetpunten voor benzeen.

2. De agglomeratie Den Haag/Leiden bevat ten minste:

a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;

b. vier vaste meetpunten voor stikstofdioxide;

c. vier vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);

d. twee vaste meetpunten voor koolmonoxide;

e. twee vaste meetpunten voor benzeen.

3. De agglomeratie Rotterdam/Dordrecht bevat ten minste:

a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;

b. vier vaste meetpunten voor stikstofdioxide;

c. vier vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);

d. één vast meetpunt voor lood;

e. twee vaste meetpunten voor koolmonoxide;

f. twee vaste meetpunten voor benzeen.

4. De agglomeratie Utrecht bevat ten minste:

a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;

b. twee vaste meetpunten voor stikstofdioxide;

c. twee vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);

d. één vast meetpunt voor koolmonoxide;

e. één vast meetpunt voor benzeen.

5. De agglomeratie Eindhoven bevat ten minste:

a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;

b. twee vaste meetpunten voor stikstofdioxide;

c. twee vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);

d. één vast meetpunt voor koolmonoxide;

e. één vast meetpunt voor benzeen.

6. De agglomeratie Heerlen/Kerkrade bevat ten minste:

a. twee vaste meetpunten voor zwaveldioxide;

b. twee vaste meetpunten voor stikstofdioxide;

c. twee vaste meetpunten voor zwevende deeltjes (PM10);

d. één vast meetpunt voor koolmonoxide;

e. één vast meetpunt voor benzeen.