CRvB 2 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2930

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten griffierecht. Voorlopige voorzieningenprocedures. Beperkte toets over noodzakelijkheid. In een geval als dat van appellanten, waarbij de bijstand van appellanten naar hun mening ten onrechte was geblokkeerd en ingetrokken, past geen indringende toets van de noodzaak van de procedure. Dit zou in strijd kunnen komen met het in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden neergelegde recht van een ieder om zijn zaak op enig moment aan een onafhankelijke rechter voor te kunnen leggen. Dit klemt in dit geval temeer nu het een geschil betreft tussen appellanten en het dagelijks bestuur zelf. Het bestuursorgaan dat op de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht beslist, zal daarom terughoudendheid moeten betrachten bij de toetsing van de noodzaak van de gevoerde procedure. In het kader van die terughoudende toetsing zal het bestuursorgaan zich moeten beperken tot de beoordeling of aanleiding bestaat om aan te nemen dat de gevoerde procedure op voorhand kansloos was. De door het dagelijks bestuur aangelegde maatstaf, te weten of een alternatief voorhanden was voor het voeren van de voorlopige voorzieningsprocedure, past niet in deze terughoudende toetsing en is daarom onjuist, nog daargelaten dat niet is gezegd dat een voorschot zou worden verstrekt en, zo ja, wanneer en tot welk bedrag. In het geval van appellanten is geen grond om aan te nemen dat de verzoeken om voorlopige voorziening, gericht tegen de blokkering, intrekking en terugvordering van de algemene bijstand, op voorhand kansloos waren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken