Art. 33 Participatiewet, Bijzonder inkomen en onbetaalde mantelzorg
1. Indien inkomen in natura in aanmerking wordt genomen wordt de waarde daarvan vastgesteld op het daarvoor door belanghebbende opgeofferde bedrag.
2. Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 wordt in aanmerking genomen naar het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000 en, indien een toeslag als bedoeld in artikel 3.5 van die wet is toegekend, het bedrag aan toeslag, genoemd in artikel 3.18 van die wet.
3. De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van die wet.
4. Indien de belanghebbende de woning bewoont met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, worden de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan als inkomen in aanmerking genomen indien daarmee nog geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de norm, bedoeld in artikel 22a.
5. Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
a. voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 26,50 per kalendermaand;
b. voor de gehuwden tezamen: € 53,00 per kalendermaand.
6. Indien de belanghebbende onbetaalde mantelzorg verleent, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand het verlenen van deze zorg niet beschouwd als op loon te waarderen arbeid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 5 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:867
- CRvB 12 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2523
- CRvB 31 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:331
- Rb. Noord-Holland 14 april 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:3412
- Rb. Amsterdam 18 juli 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4504
- Rb. Noord-Holland 17 mei 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:4915
- Rb. Zeeland-West-Brabant 13 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7251
- CRvB 10 maart 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:312
- CRvB 21 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1595
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 april 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:4831
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1906
- Rb. Rotterdam 21 november 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10795
- Rb. Overijssel 20 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:3978
- Rb. Oost-Brabant 29 mei 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2245
- Rb. Oost-Brabant 27 december 2023, ECLI:NL:RBOBR:2023:6044
- Rb. Noord-Nederland 11 augustus 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:3369
- Rb. Limburg 29 april 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:2191
- Rb. Gelderland 10 juli 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:3048
- Rb. Den Haag 4 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:6173
- Rb. Amsterdam 27 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3766