Art. 3 Verordening welzijnsnormen vleeskuikenouderdieren 2003, Controle door de pluimveehouder

Verordening welzijnsnormen vleeskuikenouderdieren 2003

1. De pluimveehouder dient tenminste twee keer per etmaal de gezondheid van de dieren, het goed functioneren van voer- water en alarmvoorzieningen, het stalklimaat en de kwaliteit van het strooisel te controleren.

2. Klinisch zieke dieren worden afgescheiden van klinisch gezonde dieren. In de afgescheiden ruimte dienen de dieren de beschikking te hebben over voldoende voer- en watervoorzieningen en moet per dier meer ruimte beschikbaar zijn dan in de normale stalruimte.

3. Dode dieren dienen zo snel mogelijk uit de stal worden verwijderd.