Art. 1 Verordening welzijnsnormen vleeskuikenouderdieren 2003
Verordening welzijnsnormen vleeskuikenouderdieren 2003
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
productschap
:
Productschap Pluimvee en Eieren;
b.
bestuur
:
bestuur van het productschap;
c.
pluimveehouder
:
de ondernemer die vleeskuikens of vleeskuikenouderdieren houdt;
d.
vleeskuikenouderdieren
:
kippen met een leeftijd van 22 weken of ouder, die bestemd zijn voor de productie van broedeieren ter verkrijging van vleeskuikens;
e.
opfokvleeskuikenouderdieren
:
kippen met een leeftijd van 21 weken of jonger, die bestemd zijn voor de productie van broedeieren ter verkrijging van vleeskuikens;
f.
minivleeskuikenouderdieren
:
vleeskuikenouderdieren van een koppel waarvan de hennen een eindgewicht van ten hoogste 2,4 kilogram bereiken;
g.
vleeskuikens
:
kippen die kennelijk bestemd zijn voor de menselijke consumptie;
h.
koppel
:
een groep vleeskuikenouderdieren die in één stal wordt gehouden en waarvan de hennen onderling maximaal zeven dagen in leeftijd verschillen;
i.
vloeroppervlakte
:
de horizontale oppervlakte van de bodem van de ruimte die voor vleeskuikenouderdieren vrij beschikbaar is, alsmede de oppervlakte van eventuele plateaus;
j.
plateau
:
horizontale houten of kunststoffen vlonder waar geen mest door kan vallen en die ten minste 35 cm boven de bodem van de voor vleeskuikenouderdieren vrij beschikbare ruimte is aangebracht;
k.
legnest
:
afgescheiden ruimte die is ingericht voor het leggen van eieren;
l.
strooisel
:
houtkrullen, zaagsel, stro, zand, turf of ander materiaal, waarin vleeskuikenouderdieren kunnen stofbaden, scharrelen en bodempikken;
m.
uitval
:
de dieren die, anders dan voor normale verkoop, buiten de stal worden gebracht.