Art. 6 Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM, Doorgeven mandaat, volmacht en machtiging

Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM

De directeuren, inspecteurs en hun plaatsvervangers zijn bevoegd de aan de inspecteur-generaal krachtens artikel 3 eerste lid onder b van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002 verleende bevoegdheden inzake het beheer van hun Directie of Inspectie, met inachtneming van het gestelde in artikel 5 van deze regeling, uit te oefenen voorzover hier een budget voor beschikbaar is gesteld.