Art. 10 Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM, Plaatsvervanging

Regeling mandaat, volmacht en machtiging Inspectoraat-generaal VROM

1. Bij afwezigheid van de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal kunnen, voor de duur van de afwezigheid, voor zaken die geen uitstel gedogen, hun bevoegdheden worden uitgeoefend door een directeur of inspecteur of door een daartoe door de inspecteur-generaal gemandateerde functionaris.