Art. 2 fido
Wet financiering decentrale overheden (fido)
1. Openbare lichamen kunnen uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak leningen aangaan, middelen uitzetten of garanties verlenen. Voor het overige houden zij hun liquide middelen in ’s Rijks schatkist aan.
2. De middelen die een openbaar lichaam in ’s Rijks schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van zijn publieke taak.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen openbare lichamen hun liquide middelen in de vorm van leningen uitzetten bij andere openbare lichamen, met dien verstande dat openbare lichamen geen leningen kunnen verstrekken aan openbare lichamen ten aanzien waarvan zij met het financiële toezicht zijn belast. Bij regeling van Onze Ministers worden met betrekking tot deze leningen nadere regels gesteld.
4. Bij regeling van Onze Ministers kunnen bepaalde middelen uitgezonderd worden van de verplichting deze aan te houden in ’s Rijks schatkist.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 4 juli 2023, ECLI:NL:CBB:2023:321
- Rb. 's-Gravenhage 9 juni 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM7164
- Rb. Rotterdam 24 januari 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:AZ6904
- Rb. Amsterdam 6 februari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:896
- Rb. Amsterdam 11 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6780
- Rb. Amsterdam 11 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:5591
- Hof Amsterdam 18 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2488