CBb 4 juli 2023, ECLI:NL:CBB:2023:321

Methodebesluit voor de regionale netbeheerders elektriciteit 2022-2026 De ACM is bevoegd het methodebesluit te nemen. Stedin mag bij dit methodebesluit opkomen tegen de opgelegde q-factor. ACM heeft de q-factor gebaseerd op artikel 18, eerste lid, van de Elektriciteitsverordening. De ACM heeft beoordelingsruimte bij bepaling van de q-factor. De ACM heeft zich kunnen baseren op de onderzoeken van Blauw en SEO. Ook heeft de ACM aanvaardbare keuzes gemaakt in de wijze waarop de waardering voor de onderbrekingsduur en de onderbrekingsfrequentie is vastgesteld. Dit geldt ook voor de keuze van de ACM om transportnetten tot 35 kV bij de bepaling van de q-factor te betrekken. De door Netbeheer bepleite algehele nacalculatie gaat te ver. Wel is de periode bij het schatten van de productiviteitsverandering te lang. Een correctie voor de afschrijvingsklif zou betekenen dat deze kosten, die al bij start GAW zijn vergoed, nogmaals vergoed zouden worden. Dat is in strijd met het kostenveroorzakingsbeginsel. Kostenvoet eigen vermogen WACC. Keuze voor het Capital Asset Pricing Model (CAPM) niet onrechtmatig. De ACM was niet gehouden opslagen in de kostenvoet eigen vermogen op te nemen vanwege een lage bèta, het karakter van een waarde-aandeel, niet-systematisch risico en illiquiditeit. Vanwege het Quantitative Easing beleid van de Europese Centrale Bank moet de ACM de risicovrije rente aanpassen. Het College stelt een bodem voor de risicovrije rente vast. De ACM mag de helft van de geschatte inflatie verwijderen uit de WACC en de indexatie van de GAW (gestandaardiseerde activawaarde) laten plaatsvinden met de helft van de geschatte inflatie. De ACM mag afzien van een voornemen tot nacalculatie van de kosten voor congestiemanagement.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken