Art. 3.87a VB, Wijziging en verlenging
Vreemdelingenbesluit 2000 (VB)
1. De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd die is verleend onder een beperking verband houdend met studie, kan in ieder geval op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, van de Wet worden afgewezen, indien de houder daarvan:
a. niet meer studeert aan een krachtens artikel 2c van de Wet als referent erkende onderwijsinstelling, of
b. niet overeenkomstig bij ministeriële regeling vastgestelde normen voldoende studievoortgang boekt.
2. Voor de toepassing van artikel 18, eerste lid, onder a, van de Wet wordt geen verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland aangenomen als een onderzoeker of student tijdelijk verblijft in een andere lidstaat van de Europese Unie in het kader van mobiliteit in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 en de gastovereenkomst dan wel de inschrijving als student geldig blijft.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de toepassing van het eerste lid, onder a, en het tweede lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 26 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1425
- ABRvS 12 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1461
- ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3240
- ABRvS 1 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3580
- ABRvS 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1548
- ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5157
- ABRvS 17 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3482
- ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5601
- ABRvS 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2308
- ABRvS 19 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1158
- ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2612
- ABRvS 5 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2335
- ABRvS 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:496
- ABRvS 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:495
- ABRvS 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4837
- Rb. Den Haag 3 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4326