ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5157

Bij beslissing van 28 oktober 2025 heeft het Centre of International Affairs (het CoIA) namens het College van Bestuur van de Hogeschool Rotterdam vastgesteld dat [appellant] niet voldeed aan de voor hem geldende studienorm en hiervoor geen verschoonbare redenen bekend waren. [appellant] staat sinds 1 september 2022 ingeschreven bij de Hogeschool Rotterdam voor de opleiding tot Verpleegkundige. Omdat hij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel "studie" moet hij elk studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid (de MoMi-norm). De MoMi-norm bedraagt 50% van de nominale last per studiejaar. Voor [appellant] geldt een norm van 30 studiepunten per studiejaar. In het studiejaar 2022/23 heeft hij 28 studiepunten gehaald en daarmee niet voldaan aan de MoMi-norm. Wegens zijn persoonlijke omstandigheden heeft het CvB dit verschoonbaar geacht en hem daarom niet afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In het studiejaar 2023/24 heeft [appellant] 54 studiepunten gehaald en daarmee voldaan aan de MoMi-norm. In het studiejaar 2024/25 heeft [appellant] 19 studiepunten gehaald en daarmee te weinig studiepunten om te voldoen aan de MoMi-norm. Op 19 september 2025 is per e-mail aan hem meegedeeld dat melding bij de IND volgt, tenzij er redenen zijn die het niet voldoen aan de MoMi-norm verschoonbaar maken. Bij beslissing van 28 oktober 2025 heeft het CoIA vastgesteld dat die redenen er niet waren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen