ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5601

Bij beslissing van 24 september 2024 heeft het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen aan [appellante] meegedeeld dat aan de IND wordt gemeld dat zij gedurende het studiejaar 2023-2024 niet heeft voldaan aan de studievoortgangseis en niet gebleken is van een hiervoor bestaande verschoonbare reden. [appellante] is een internationale studente die sinds het studiejaar 2020-2021 de bacheloropleiding geneeskunde volgt aan de Rijksuniversiteit Groningen. Omdat zij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel "studie" moet zij elk studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid. Deze norm bedraagt 50% van de nominale last per studiejaar. Voor [appellante] geldt een norm van 30 ECTS per studiejaar. In studiejaar 2023-2024 heeft [appellante] 10 ECTS behaald. Aan de beslissing van 24 september 2024 heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellante] onvoldoende studiepunten heeft gehaald om aan de MoMi-norm te voldoen. Omdat de MoMi-commissie heeft geconcludeerd dat [appellante] hiervoor geen verschoonbare reden heeft gegeven, heeft CvB aan haar medegedeeld dat de IND op de hoogte zou worden gesteld van het niet behalen van de MoMi-norm.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken