Rb. Den Haag 20 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1288

Vrijstelling middelenvereiste en beoordeling van de vraag of referent blijvend niet in staat is aan de plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen, als bedoeld in artikel 9 Wwb. De enkele omstandigheid dat referent gedurende 7 jaar is vrijgesteld geweest van de actieve sollicitatieplicht, brengt niet reeds mee dat referent heeft aangetoond dat hij in de toekomst niet aan het middelenvereiste zal kunnen voldoen, en daarmee voldoet aan de ratio van het beleid van verweerder, zoals neergelegd in paragraaf B7/2.1.1 Vc. Nu de mogelijkheid van sociale activering en arbeidsinschakeling voor referent uitdrukkelijk is opengelaten, is er thans geen grond voor het oordeel dat eiseres heeft aangetoond dat referent blijvend niet in staat is aan zijn plicht tot arbeidsinschakeling te voldoen, nog daargelaten dat eiseres niet onderbouwd heeft gesteld, bijvoorbeeld middels een medische verklaring, dat gedeeltelijke of volledige arbeidsinschakeling niet binnen één jaar is te voorzien. Daargelaten de vraag of het arrest Chakroun ook op de onderhavige situatie, waarin het gaat om vrijstelling van het middelenvereiste, van toepassing is, is er geen grond voor het oordeel dat verweerder niet alle aangevoerde omstandigheden heeft betrokken bij zijn beoordeling of referent voor vrijstelling van het middelenvereiste in aanmerking komt. Verweerder heeft in het bestreden besluit immers bij zijn beoordeling het standpunt van eiseres betrokken dat referent stelt te voldoen aan de ratio van het beleid omdat hij 7 jaar is vrijgesteld geweest van de actieve sollicitatieplicht en op goede gronden geconcludeerd dat hieruit niet volgt dat referent geacht kan worden blijvend niet te kunnen voldoen aan de plicht tot arbeidsinschakeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken