Art. 38 Wp, Overgang, beëindiging en overdracht van een concessie
1. Indien de voormalige concessiehouder geen vervoerder is aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend:
a. zijn op de overgang van een concessie de artikelen 14a, eerste en tweede lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2b van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing en
b. gaan door de overgang van de concessie de rechten en verplichtingen welke op het tijdstip van overgang van concessie voor de voormalige concessiehouder ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, voortvloeien uit bedrijfsregelingen, van rechtswege over op de nieuwe concessiehouder.
2. Indien de voormalige concessiehouder een vervoerder is aan wie op grond van artikel 63a een concessie is verleend, handhaaft de nieuwe concessiehouder na de overgang van een concessie ten aanzien van een persoon als bedoeld in artikel 37, eerste lid, een samenstel van rechten en verplichtingen gelijkwaardig aan die welke voor het tijdstip van de overgang voor de voormalige concessiehouder uit de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke arbeidsverhouding tussen de voormalige concessiehouder en die persoon voortvloeiden, voor zover deze rechten en verplichtingen voortvloeiden uit collectieve regelingen inzake arbeidsvoorwaarden.
3. Op het eindigen van de rechten en verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 14a, tweede en vierde lid, van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en 2b van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten van overeenkomstige toepassing.
4. De artikelen 662 en 663 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing, indien de voormalige concessiehouder een vervoerbedrijf is als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onderdeel a.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 1 juni 2021, ECLI:NL:CBB:2021:560
- Rb. Rotterdam 8 februari 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:BZ7175
- Rb. Rotterdam 7 februari 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV3091
- Rb. Oost-Brabant 17 april 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:2448
- Rb. Midden-Nederland 28 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3103
- Rb. Leeuwarden 3 november 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BO3223
- Rb. Leeuwarden 21 oktober 2009, ECLI:NL:RBLEE:2009:BK1725
- Rb. Leeuwarden 14 januari 2009, ECLI:NL:RBLEE:2009:BI5023
- Rb. Haarlem 9 maart 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6962
- Rb. Groningen 1 september 2011, ECLI:NL:RBGRO:2011:BT6156
- Rb. Groningen 18 augustus 2011, ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1920
- Rb. Breda 24 december 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BO8993
- Rb. Breda 24 december 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BO8974
- Rb. Breda 10 februari 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6656
- Rb. Arnhem 23 december 2002, ECLI:NL:RBARN:2002:AF2758
- Conclusie A-G Hammerstein 8 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW0246
- Hof Amsterdam 10 mei 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4821