Rb. Breda 10 februari 2010, ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6656
Kort geding bij de kantonrechter. De overdracht van de (vervoers)concessie Haaglanden is niet aan te merken als een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. Het personeel dat betrokken is bij de exploitatie van een buslijn in een bepaald concessiegebied vormt op zich zelf geen economische eenheid. De arbeidsvoorwaarden van de werknemer, waaronder loon, lease-autoregeling en variabele beloning, gaan van de overdragende concessiehouder naar de nieuwe concessiehouder mee over op basis van artikel 37 lid 1 in verbinding met artikel 38 lid 1 Wet personen vervoer (WPV). De arbeidsvoorwaarden zijn namelijk gebaseerd op de CAO Openbaar vervoer, dan wel op bedrijfsregelingen van de overdragende concessiehouder. De stelling van de werkgever dat zij enkel de bedrijfsregelingen van de oude werkgever gestand hoeft te doen die in het kader van het artikel 40 WPV-overleg zijn aangedragen, vindt geen steun in de wettekst of de parlementaire geschiedenis van de WPV en komt de voorzieningenrechter overigens onaannemelijk voor.
De uitspraak op rechtspraak.nl