Art. 30 Wp, Uitvoering van een concessie
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over nationale vervoerbewijzen, de daaraan te stellen eisen, de daarbij behorende tarieven en vervoersvoorwaarden, alsmede het gebied waarbinnen deze geldig zijn.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid en interoperabiliteit van het openbaar vervoer regels worden gesteld over concessieoverstijgende onderwerpen. Deze regels kunnen betrekking hebben op:
a. de uitgifte, de kwaliteit en de functionaliteit van vervoerbewijzen;
b. de tarieven, waaronder de vaststelling van maximumtarieven, en vervoervoorwaarden;
c. de informatievoorziening en klachtprocedures met betrekking tot de onderdelen a en b.
3. De concessiehouder is verplicht reizigers te vervoeren die beschikken over een voor het concessiegebied geldig vervoerbewijs tegen het daarbij behorende tarief.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 31 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0167
- Conclusie A-G Huydecoper 12 maart 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AN8483
- ABRvS 23 oktober 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD8692
- Rb. Oost-Brabant 11 juli 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:4382
- Conclusie A-G Knigge 7 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8060
- Conclusie A-G Vellinga 31 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0167
- Conclusie A-G Fokkens 23 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE6597
- HR 15 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE6597
- HR 21 september 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD5798
- HR 24 november 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD9364
- CBb 16 november 2006, ECLI:NL:CBB:2006:AZ3605