Art. 10 Wet bescherming persoonsgegevens, De verwerking van persoonsgegevens in het algemeen
Wet bescherming persoonsgegevens
1. Persoonsgegevens worden niet langer bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkene te identificeren, dan noodzakelijk is voor de verwerkelijking van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt.
2. Persoonsgegevens mogen langer worden bewaard dan bepaald in het eerste lid voor zover ze voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard, en de verantwoordelijke de nodige voorzieningen heeft getroffen ten einde te verzekeren dat de desbetreffende gegevens uitsluitend voor deze specifieke doeleinden worden gebruikt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS A-G Keus 24 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2532
- Conclusie A-G Verkade 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA3529
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 januari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:585
- Rb. Utrecht 17 november 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO5230
- Rb. Rotterdam 28 november 2002, ECLI:NL:RBROT:2002:AF1363
- Rb. Almelo 5 april 2004, ECLI:NL:RBALM:2004:AQ6889
- Conclusie A-G Silvis 31 mei 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP1179