Art. 12 Wet bescherming persoonsgegevens, De verwerking van persoonsgegevens in het algemeen
Wet bescherming persoonsgegevens
1. Een ieder die handelt onder het gezag van de verantwoordelijke of van de bewerker, alsmede de bewerker zelf, voor zover deze toegang hebben tot persoonsgegevens, verwerkt deze slechts in opdracht van de verantwoordelijke, behoudens afwijkende wettelijke verplichtingen.
2. De personen, bedoeld in het eerste lid, voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, zijn verplicht tot geheimhouding van de persoonsgegevens waarvan zij kennis nemen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Artikel 272, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY4196
- Hof Den Haag 31 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3011
- ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2621
- Rb. Arnhem 22 juli 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6230
- Rb. Amsterdam 12 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6609
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 juni 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:5074