Art. 3.26 WSF 2000, Aanvang reisrecht; omvang van rechten
Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000)
1. Het reisrecht vangt aan op het moment dat de student overeenkomstig artikel 3.25 het reisproduct heeft gekoppeld aan de drager.
2. Het reisrecht wordt naar keuze van de student toegekend als weekreisrecht of weekendreisrecht.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de wijze van verkrijgen van het reisrecht en de omvang van de aan de soorten reisrecht, bedoeld in het tweede lid, verbonden rechten. Daarbij worden tevens voorschriften vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop en de termijn waarbinnen de student de keuze tussen soorten reisrecht dient te maken en met betrekking tot de aanvraag tot herziening door de student van een gemaakte keuze in soorten reisrecht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 2 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2824
- CRvB 13 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2519
- Rb. Den Haag 21 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3200
- Rb. Den Haag 21 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3201
- CRvB 8 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3285
- Rb. Den Haag 21 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3202
- Rb. Alkmaar 2 juni 2005, ECLI:NL:RBALK:2005:AT7271
- CRvB 6 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4285