Art. 2.14 WSF 2000, Buitenlandse opleidingen hoger onderwijs
Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000)
1. Dit artikel is niet van toepassing op het levenlanglerenkrediet en op ho-studenten die op grond van artikel 2.2, tweede lid, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs ontvangen.
2. Een ho-student die is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding in het hoger onderwijs buiten Nederland, bedoeld in het derde lid, komt in aanmerking voor studiefinanciering indien hij:
a. gebruik heeft gemaakt van het vrij verkeer bedoeld in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en op grond van bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde criteria een band heeft met Nederland; of
b. ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan die opleiding in Nederland heeft gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf heeft gehad, waarbij de periode gedurende welke een ho-student is ingeschreven aan een opleiding buiten Nederland als bedoeld in het derde lid, niet meetelt voor de bepaling van deze 6 jaren.
3. Van een opleiding in het hoger onderwijs buiten Nederland waarvoor studiefinanciering wordt toegekend is sprake indien:
a. in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt;
b. het niveau en de kwaliteit van de opleiding vergelijkbaar zijn met overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW;
c. het afsluitend examen voor de opleiding vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW; en
d. de opleiding voldoet aan criteria die bij ministeriële regeling kunnen worden vastgesteld.
4. Onze Minister stelt vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het derde lid. Onze Minister stelt voor de opleiding buiten Nederland de duur en de vorm van de studiefinanciering vast overeenkomstig de duur en de vorm waarin deze voor een vergelijkbare opleiding in Nederland wordt verstrekt.
5. Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn van overeenkomstige toepassing op het tweede lid. Het tweede en derde lid van artikel 2.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn, voor de toepassing van de eerste volzin, tevens van overeenkomstige toepassing op personen met een andere dan de Nederlandse nationaliteit.
6. Bij ministeriële regeling kan een maximum worden gesteld aan het aantal aanvragen van ho-studenten voor studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland.
7. Het zesde lid is niet van toepassing op aanvragen van ho-studenten die in de 12 maanden voorafgaand aan de periode waarvoor studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland wordt aangevraagd, reeds studiefinanciering voor het volgen van onderwijs buiten Nederland toegekend hebben gekregen.
8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels met betrekking tot de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 11 oktober 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3538
- CRvB 18 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4046
- CRvB 11 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY8293
- CRvB 25 november 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:2973
- CRvB 19 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3855
- CRvB 6 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN3787
- CRvB 17 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2424
- CRvB 14 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:428
- CRvB 28 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2301
- CRvB 22 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2560
- CRvB 24 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA3728
- CRvB 17 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA0444
- CRvB 31 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1260
- Rb. Midden-Nederland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3848
- CRvB 21 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1847
- CRvB 4 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3046
- CRvB 11 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3015
- CRvB 9 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2768
- CRvB 31 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2357
- CRvB 20 juni 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BD7492