Art. 3.96 Wet IB 2001, Vrijstelling
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
Tot het resultaat behoren niet:
a. voordelen uit het deelnemen aan kansspelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op de kansspelbelasting;
b. voordelen die door de belastingplichtige worden behaald ter zake van het verrichten van arbeid in de onderneming van zijn partner, indien bij het bepalen van de winst uit die onderneming de kosten en lasten die verband houden met de vergoeding voor die arbeid op grond van artikel 3.16, vierde lid, niet in aftrek komen;
c. voordelen die door de belastingplichtige als vrijwilliger, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, worden behaald, waarbij het gezamenlijke bedrag van de vergoedingen en verstrekkingen niet meer bedraagt dan de aldaar genoemde bedragen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 26 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:159
- Rb. Zeeland-West-Brabant 16 mei 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3380
- Rb. Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5419
- Rb. Gelderland 29 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3378
- Rb. Gelderland 29 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3367
- Rb. Gelderland 29 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3365
- Rb. Gelderland 29 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3363
- Rb. Den Haag 5 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:19834
- Rb. Den Haag 18 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:7595
- Rb. Breda 16 augustus 2012, ECLI:NL:RBBRE:2012:BY2018
- Conclusie A-G Niessen 19 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:621
- Hof Amsterdam 27 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:606
- Hof Amsterdam 23 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1479
- Hof Amsterdam 2 mei 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:CA0465