Rb. Zeeland-West-Brabant 16 mei 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3380

16/3867 Art. 2, zesde lid, van de Wet LB’64 en artt. 3.81 en 3.96, aanhef en onderdeel c, Wet IB 2001; vrijwilligersvergoeding. Belanghebbende heeft als secretaris werkzaamheden verricht voor het verantwoordingsorgaan van een stichting. Nu de door belanghebbende ontvangen bruto-vergoeding het voor de vrijwilligersregeling gestelde maximumbedrag van € 1.500 overschrijdt is die regeling niet van toepassing. Voor een partiële vrijstelling – zoals belanghebbende voorstaat – biedt de wet geen mogelijkheid. Geen schending van het vertrouwensbeginsel. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen