Rb. Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5419
BRE 16/1329 en BRE 16/1805 Belanghebbende heeft vrijwilligerswerk verricht voor een gemeentelijke adviesraad en in 2013 vergoedingen ontvangen voor aanwezigheid in 2012 en 2013 die samen hoger zijn dan € 1.500. Vaststaat dat geen sprake was van een (fictieve) dienstbetrekking. Naar het oordeel van de rechtbank komt belanghebbende niet in aanmerking voor toepassing van de vrijwilligersregeling nu zij meer heeft ontvangen dan € 1.500 en maakt daarvoor niet uit dat een deel betrekking had op 2012. Gelet op de eenvoud en doelmatigheid van de vrijwilligersregeling moet, ook bij resultaat uit werkzaamheden, aangesloten worden bij het feitelijk ontvangen bedrag. Volgens de normale regels moet dan beoordeeld worden of de vergoeding is belast. Het deel dat betrekking heeft op 2012 kan niet in 2013 worden belast. Gemaakte kosten zijn aftrekbaar. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl