Art. 3.123a Wet IB 2001, Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
1. Indien de voordelen uit eigen woning, bedoeld in artikel 3.112, meer bedragen dan de op deze voordelen drukkende aftrekbare kosten, komt de belastingplichtige in aanmerking voor de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld.
2. De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld is gelijk aan 71,867% van het verschil tussen de voordelen uit eigen woning, bedoeld in artikel 3.112, en de op deze voordelen drukkende aftrekbare kosten.
3. Indien de belastingplichtige een partner heeft, worden voor de toepassing van dit artikel de voordelen van de belastingplichtige en zijn partner en de op deze voordelen drukkende aftrekbare kosten samengevoegd. De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld wordt in dat geval gesteld op een evenredig gedeelte van de in het tweede lid berekende aftrek, bepaald naar de verhouding waarin de belastbare inkomsten uit eigen woning die worden geacht bij de belastingplichtige op te komen, staan tot de gezamenlijke belastbare inkomsten uit eigen woning van hem en zijn partner.
4. Voor de toepassing van de vorige leden worden de in een kalenderjaar op de voordelen uit eigen woning drukkende aftrekbare kosten naar evenredigheid toegerekend aan de tijdvakken waarop deze kosten betrekking hebben. De eerste volzin is niet van toepassing op afsluitprovisies die niet meer belopen dan het maximum, bedoeld in artikel 3.120, vijfde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:3208
- Hof Amsterdam 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2995
- Rb. Noord-Holland 2 november 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:9203
- Hof 's-Hertogenbosch 18 mei 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:2195
- Hof 's-Hertogenbosch 5 september 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3519
- Hof 's-Hertogenbosch 31 oktober 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BH0227
- Hof Den Haag 15 februari 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:398
- Rb. Zeeland-West-Brabant 5 juli 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:4125
- Rb. 's-Gravenhage 24 mei 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9220
- Rb. Noord-Nederland 8 juni 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:2006
- Rb. Noord-Holland 15 oktober 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:10912
- Rb. Noord-Holland 28 september 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:9233
- Rb. Noord-Holland 22 februari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:1434
- Rb. Leeuwarden 7 augustus 2006, ECLI:NL:RBLEE:2006:BB7572
- Rb. Haarlem 5 juni 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6581
- Rb. Den Haag 17 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:9210
- Conclusie A-G Pauwels 20 december 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1403
- Conclusie A-G IJZERMAN 26 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BN3481
- Conclusie A-G Wattel 26 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH4064
- HR 8 augustus 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD9390