Art. 5 Besluit welzijn productiedieren
Besluit welzijn productiedieren
1. Er is voldoende verlichting voor een grondige controle van het dier op elk willekeurig tijdstip.
2. Een ziek of gewond dier wordt zo nodig afgezonderd in een passend onderkomen. Het onderkomen bestaat zo nodig uit droog strooisel.
3. Het materiaal dat wordt gebruikt voor de behuizing is niet schadelijk voor het dier en kan grondig gereinigd en ontsmet worden.
4. Behuizing en inrichtingen voor de beschutting van een dier zijn zodanig geconstrueerd en verkeren in een zodanige staat van onderhoud dat er geen scherpe randen of uitsteeksels zijn die het dier kunnen verwonden.
5. De luchtcirculatie, het stofgehalte van de lucht, de temperatuur, de relatieve luchtvochtigheid en de gasconcentraties in de omgeving van het dier zijn niet schadelijk voor het dier.
6. Een in een gebouw gehouden dier wordt niet permanent in het duister of in kunstlicht gehouden. Indien het beschikbare natuurlijke licht niet voldoende is voor de ethologische en fysiologische behoeften van het dier, is geschikt kunstlicht aanwezig.
7. Indien de gezondheid en welzijn van een dier afhankelijk is van een kunstmatig ventilatiesysteem, is dat voorzien van een passend noodsysteem waarmee voldoende verse lucht kan worden aangevoerd om de gezondheid en het welzijn van het dier te waarborgen als het hoofdsysteem uitvalt. Indien het hoofdsysteem uitvalt treedt een alarmsysteem in werking. Het alarmsysteem wordt regelmatig getest.
8. Een dier heeft toegang tot een toereikende hoeveelheid schoon water of kan op een andere wijze aan zijn behoefte aan water voldoen.
9. Een voeder- of drinkinstallatie is zo ontworpen, gebouwd en geplaatst dat het gevaar voor verontreiniging van voeder en water, alsmede mogelijke schadelijke gevolgen van rivaliteit tussen de dieren tot een minimum worden beperkt.
10. Automatische of mechanische apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van een dier wordt ten minste eenmaal per dag gecontroleerd. Defecten worden onmiddellijk hersteld. Indien herstel niet mogelijk is, worden de nodige maatregelen getroffen om de gezondheid en het welzijn van het dier veilig te stellen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 19 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:309
- Conclusie A-G Paridaens 2 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1065
- CBb 27 maart 2015, ECLI:NL:CBB:2015:102
- CBb 29 maart 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BW3815
- Rb. Oost-Brabant 17 oktober 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:5716
- Rb. Noord-Holland 12 december 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11804
- CBb 26 april 2016, ECLI:NL:CBB:2016:94
- CBb 27 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:408
- CBb 30 december 2014, ECLI:NL:CBB:2014:491
- Rb. Zutphen 5 februari 2008, ECLI:NL:RBZUT:2008:BC3520
- Rb. 's-Hertogenbosch 18 juli 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BR1738
- Rb. Noord-Holland 12 december 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11808
- Rb. Den Haag 28 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:11781
- Conclusie A-G Hofstee 9 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK6949
- Hof 's-Hertogenbosch 13 april 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BM1935
- Hof Leeuwarden 5 november 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BO3293
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3242
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4798
- Hof Amsterdam 24 oktober 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3918
- Hof Amsterdam 6 september 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6630